Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Waar het hart vol van is........!

“De koers uitzetten voor de lange termijn[1]‘, daar gaat het dit schooljaar om wat het dagelijks bestuur van de PO-Raad betreft. Werken aan een nieuw strategische agenda waar alle leden en stakeholders over mee mogen denken”.

Maar de missie blijft dezelfde “Samen voor goed onderwijs voor alle kinderen. Om dat te bereiken zullen we echt scherpe keuzes moeten maken.”

Natuurlijk is de PO-Raad, bij monde van Weima en Van Hoepen, binnen de eigen sector, goed bezig. De PO-Raad zet zich in om het onderwijs beter te maken of in ieder geval beter te faciliteren of voor betere faciliteiten te pleiten.
Toch bevreemdt ons, als VNK, iets. Het hele artikel is, naar ons gevoel, doordrenkt met ‘door ons’ en ‘voor ons’, met hele kleine uitstapjes naar ‘buiten’. Waar het hart van vol is …

Naar onze bescheiden mening is dat precies datgene wat schuurt; wat al jaren gebeurt en wat tot nauwelijks iets leidt waarmee we echt verder kunnen. Wij denken dan ineens aan het woord ‘navelstaren’ dat daarbij mooi past.
Laten we nu eens, als gedachtenexperiment, niet de (onderwijs)sector als uitgangspunt nemen, maar laten we het kind nu eens als uitgangpunt nemen. We horen enkele collega’s al zeggen: Hé, wordt dat niet een beetje een soft verhaal? Daar kom je toch niet verder mee?

Nu, wij denken dat we daar verder mee komen; in ieder geval verder dan de afgelopen jaren is bewezen door en binnen dezelfde sector. Het is toch echt zo dat de sector – binnen de maatschappelijke opdracht – dienstbaar moet zijn aan het kind, met woorden èn daden. ‘Het kind’ moet daarom als vertrekpunt worden genomen, precies zoals elke onderwijsprofessional als eerste op de opleiding leert. Als je dat doet dan heb je het niet over ‘onderwijs’; dan heb je het over de ontwikkeling van het kind. Wat is er nodig om het kind in zijn ontwikkeling verder te brengen. En…die ontwikkeling begint niet bij vier jaar, waar het onderwijs vaak vanuit gaat, maar al bij ‘0’ jaar, wat zeg ik, eigenlijk al bij -9 maanden[2].

Is het niet zo dat, sinds het ontstaan van de ontwikkelingspsychologie, bekend is dat een kind in de eerste zeven levensjaren de grootste ontwikkeling doormaakt: een kolossale lichamelijke groei, waar hersen worden gevormd, sociale omgangsvormen worden geleerd, ‘vechten of vluchten’ wordt gereguleerd, creativiteit wordt ontwikkeld, emoties worden doorleefd, basisvaardigheden worden ontwikkeld? Inmiddels is ook overduidelijk uit wetenschappelijk onderzoek naar voren gekomen dat deze ontwikkeling cruciaal is voor het welslagen in het onderwijs en het latere leven.

Zelf hadden we het niet verwacht, ècht, we hadden het eerder van die onderwijssector verwacht, maar de politiek lijkt het eerder door te hebben en lijkt de daad bij het woord te voegen. Nou ja, ook wel een beetje ingegeven door een financieel debacle, maar goed, toch spreekt de conceptbasis van het regeerdocument van D66/VVD, over een ‘basisvoorziening’ kinderopvang. Juist voor de ontwikkeling van het kind.

Zelf hebben wij de sector kinderopvang, zeker de maatschappelijke, als ondernemend en dynamisch ervaren[3]. Leden van de VNK hebben inmiddels het voorrecht bestuurder te zijn van een organisatie die beide sectoren geïntegreerd in zich verenigen. Bijna dagelijks is de logica te ervaren van de ontwikkeling van jonge kinderen van 0-4 jaar en het vervolg binnen het kindcentrum, de relatie bso-onderwijs en de positieve effecten op die ontwikkeling, de relatie met de ouder, de intercollegiale samenwerking en de inhoudelijke afstemming. Alles in het belang van een optimale ontwikkeling van een kind. Deze ontwikkeling van kindcentra is niet meer te stuiten[4]
De kinderopvang is, soms in tegenstelling tot het onderwijs, ondernemend, kijkt constant buiten de eigen sector en past zich bijzonder snel aan als dat nodig is. De kinderopvang heeft een toegevoegde waarde die zijn weerga voor kinderen niet kent. De kinderopvang maakt juist werk van de ontwikkeling van kinderen vanaf 0 jaar en is vormend bezig tijdens de buitenschoolse opvang. Zij krijgt zaken voor elkaar waar het onderwijs alleen maar van kan dromen. Alleen al om die reden zou een PO-Raad daarin óók mee voorop moeten lopen.

En dan zegt Van Hoepen: “Iedereen ín het onderwijs is het erover eens dat je langjarig moet investeren in deze sector”, waarbij hij wijst op Toekomst van ons onderwijs: een langjarige agenda waaraan onderwijsorganisaties in de volle breedte samenwerkten. Een en ander wordt in het artikel gelardeerd met de opmerking dat begonnen wordt met bezoeken van de leden, omdat dat veel energie geeft.

Natuurlijk krijg je daar energie van. De mensen in het onderwijs werken zich het ‘apezuur’ en hebben goede ideeën. Zij proberen kinderen in hun ontwikkeling te bieden wat ze nodig hebben, en dat doen ze goed. Echter de energie die het dagelijks bestuur krijgt, is goed, maar helaas beperkt. Het versterkt het, eerdergenoemde, navelstaren en … onze ervaring leert, door de jaren heen, dat dat nauwelijks iets oplevert waar het kind echt iets aan heeft. Dat is dan weer zonde van al die energie. En ‘zonde’ betekent eigenlijk een ‘gemiste kans’.

Best dagelijks bestuur van de PO-Raad, die gemiste kans benoemen jullie in zeer beperkte mate, bijna ondergeschikt, met één korte zin: “En doorlopende leerlijnen voor 0-13-jarigen om kansengelijkheid te vergroten.”

Het zou de PO-Raad sieren wanneer zij dit echt als missie propageren en als strategisch agenda gaan vormgeven. Niet het onderwijs an sich, maar de ontwikkeling van kinderen vanaf 0 jaar. Niet de sector als uitgangspunt met informatie en energie uit diezelfde sector, maar het kind als uitgangspunt met informatie en energie niet alleen uit onderwijs, maar vooral ook uit de kinderopvang èn de jeugdzorg. Een strategisch agenda die nu eens echt verfrissend en nieuw is. Die getuigt van lef binnen de onderwijssector. Die volop en in gelijkwaardige samenwerking met kinderopvang en jeugdzorg zoekt naar vernieuwing waarbij het kind de echte winnaar is. De praktijk schreeuwt om brancheorgansaties die niet alleen steunen, maar overtuigend het voortouw nemen.

Het artikel eindigt met “Gericht investeren in onderwijs loont”.

Nee!, PO-Raad, driewerf ‘nee’. Gericht investeren in kinderen vanaf 0 jaar, dat loont”[5].

 

 

 

[1] Freddy Weima en Anko van Hoepen: ‘Langetermijnkoers voor de sector hard nodig’ | PO-Raad (poraad.nl)

[2] met_andere_ogen.pdf (vng.nl)

[3] Manifest ‘Veranker de unieke expertise van kinderopvang’ – BMK (maatschappelijkekinderopvang.nl)

[4] Samenwerking in beeld Oberon onderzoek en advies

[5] Gelijk goed van start | SER