Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

"Het kind van de rekening". VNK slaat alarm!

Opvang en Onderwijs staan aan de vooravond van een ingrijpende verandering. Veranderingen, deels vanuit noodzaak, maar prima ook te koppelen aan ambities die meer gericht zijn op gelijke kansen voor alle kinderen en optimalisering van het hybride leef-, speel-, leer- en werkklimaat van kinderen en medewerkers. De keuzes die we nu maken zijn fundamenteel voor onze kinderen en de wijze waarop wij de toekomstige samenleving vormgeven. Het SER-rapport ‘Een kansrijke start voor alle kinderen’ geeft volledig en goed onderbouwd aan waarom en op welke wijze we de wereld van opvang, in relatie tot onderwijs, anders vorm moeten geven. Echter de debacles van de kinderopvangtoeslag en de toename van private equity in de kinderopvang (als verdienmodel en winst naar buitenland) maakt het noodzakelijk om nu het fundament te leggen voor een nieuw ontwerp van de ontwikkelwereld van kinderen van 0-13 jaar. En niet zoals de SER adviseert om de daadwerkelijke fundamentele veranderingen voor ons uit te schuiven. 

 De Vereniging Netwerk Kindcentra slaat alarm en doet een dringend beroep op de politiek om deze noodzakelijke verandering in het belang van alle kinderen nu richting en een goed fundament te geven. 

 Aandachtspunten 

  • De kansenongelijkheid voor kinderen wordt in Nederland groter. Grotere groepen kinderen maken geen gebruik van opvang en stromen op 4-jarige leeftijd met grote achterstanden in taalvaardigheid, sociaal- emotionele ontwikkeling en zelfredzaamheid het basisonderwijs binnen. Onderzoekster dr. Pauline Slot (Universiteit Utrecht) concludeerde in 2020 dat achterstanden bij kinderen op 4-jarige leeftijd opgedaan, in 8 jaar basisonderwijs daarna nauwelijks meer zijn te herstellen. Dat moet anders en dat kan ook anders. 
  •  Jeugdzorg heeft het zwaar en de gemeenten, kinderopvang en onderwijs hebben het zwaar met de jeugdzorg. Een gemiddelde gemeente in Nederland heeft zorgcontracten met 175-250 jeugdzorginstellingen. En overal zijn protocollen, aanmeldingsprocedures, beleidsmedewerkers en overhead voor geregeld. De miljarden vliegen eruit, maar het aantal ‘zorg’ kinderen stijgt.  Dat moet anders en dat kan ook anders.  
  •  De organisatie van het kinderopvangaanbod in elke wijk en dorp wordt tot nu toe aan de markt overgelaten en komt in toenemende mate in handen van commerciële (soms zelfs internationaal opererende (private equity) organisaties. In vele wijken en dorpen wordt dit aanbod echter niet gerealiseerd, of gesloten omdat er geen financiële winstgevendheid is voor de opvangorganisatie (commercieel, private equity). Hiermee verschraalt het opvang aanbod juist in de wijken en dorpen waar dit van belang is en leidt dit, in een later stadium, tot een nog groter beroep op de jeugdzorg. Diverse organisaties, waaronder de FNV en BMK, hebben de afgelopen jaren al gewaarschuwd voor de nadelige effecten van de private equity ontwikkelingen in de opvangsector in Nederland. Ontwikkelingen gericht op efficiëntie en winstmaximalisatie waarbij een deel van het toegekende overheidsgeld niet naar kinderen gaat, maar in de zakken van soms zelf buitenlandse investeerders terecht komt. Het kind is geen verdienmodel! Dat moet anders en dat kan ook anders.  
  • Ononderbroken ontwikkeling voor elk kind in een uitdagende leer- en ontwikkelomgeving voor alle kinderen vanaf 0 jaar is inmiddels voldoende aangetoond. Wetenschappelijk is ook bewezen dat kinderen van 0-7 jaar de grootste ontwikkeling van hun leven doormaken. Doordat het aanbod niet bereikbaar is voor alle kinderen, zijn er kinderen die de boot missen. Opvang en Onderwijs zijn al jaren bezig om, ondanks wet- en regelgeving, die veilige en uitdagende leer- en ontwikkelomgeving anders te organiseren. En in die ontwikkelomgeving heeft een kind, gedurende de dag, verschillende behoeften aan ondersteuning en begeleiding. Een scala aan kennis en ervaringen dient beschikbaar te zijn binnen een interprofessioneel team in opvang en onderwijs. De huidige gesegregeerde wijze van organiseren van opleidingen voldoet bij lange niet aan die behoefte. En leidt ook tot vroegtijdige stigmatisering en hiërarchisch onterecht waarderen van het voortgezet onderwijs. Dat moet anders en dat kan anders. 
  • In de nu instrumentele leer- en ontwikkelomgeving van kinderen, met zijn gemiddelden en landelijke normeringen, met zijn beoordeling op basis van generieke toetsen vallen steeds meer kinderen buiten de boot. De pedagogische en didactische waarde van ouders, opvangmedewerkers en leerkrachten wordt vervangen door digitalisering en genormeerde toetsen gebaseerd op gemiddelden of landelijke aannames van wat de norm zou moeten zien. Het individuele kind is niet meer in beeld. Gevolg is dat steeds meer kinderen en jongvolwassenen niet meer kunnen voldoen aan deze, vooral economisch gedreven, eisen en op jonge leeftijd buiten de boot vallen en zo de drop-outs van onze samenleving worden. Uitval die, ondanks vele miljarden en duizenden zorginstellingen, niet meer is te repareren. Leren en ontwikkelen gaat bij kinderen deels volgens vaste patronen, maar ook vaak niet. Waar het ene kind iets snel oppakt heeft een ander kind meer tijd nodig. Ook leerstrategieën of manieren van leren van kinderen verschillen. Er is geen eenheidsworst en dat kunnen we er ook niet van maken.  Dat moet anders en dat kan ook anders.  
  •  Er is een tekort aan het aantal beschikbare pedagogisch medewerkers in de opvang en ook een lerarentekort in het basisonderwijs. Door de grote verschillen in wet- en regelgeving, en bekostiging tussen opvang en onderwijs is het efficiënt inzetten van personeel zeer moeilijk.  Een contract van 32 uur of meer is voor jonge mensen in de opvang bijna niet haalbaar. Een constructie waarbij de werkzaamheden zowel in opvang als onderwijs ingevuld kunnen worden vergroot deze mogelijkheden en zal niet alleen een aantrekkende werking hebben op jonge mensen, maar ook deels het aantal vacatures in organisaties van kindontwikkeling  verminderen. Nog groter effect zal verkregen worden als deze betrekkingsomvang kan worden georganiseerd binnen een kindcentrum waar opvang en onderwijs reeds zijn geïntegreerd. Dat moet anders en dat kan ook anders.  

 Kortom in de wereld van opvang en onderwijs, van kinderen van 0-13 jaar kennen we uitdagingen op het terrein van kansengelijkheid voor alle kinderen, jeugdzorg, wet- en regelgeving en bekostiging, regievoering en beschikbaarheid van voldoende personeel. Opvang en onderwijs kunnen elkaar versterken, aangetoond door het manifest ‘unieke expertise van de kinderopvang’. Voor de ontwikkeling van jonge kinderen is intensieve samenwerking en afstemming een ‘must’. 

 Voorop staat dat deze uitdagingen alleen maar kunnen worden opgelost als we dit doen vanuit het belang van alle kinderen en de samenleving. En dat we het organiseren en het faciliteren van een hybride en rijke leef-, speel-, leer- en werkomgeving voor kinderen en medewerkers zo efficiënt mogelijk doen. Het debacle kinderopvangtoeslag heeft ons wat dat betreft voldoende geleerd. Niet het kind rondpompen in een gefragmenteerd systeem, maar een systeem bouwen rondom het kind, ten gunste van het kind (en de ouders/verzorgers).  

 Denk- en vooral oplossingsrichtingen: 

  • Maatschappelijke investering voor maatschappelijke instellingen zonder winstoogmerk. 
  • Alle kinderen kunnen vanaf 0 jaar, kosteloos, gebruik maken van professionele opvang. 
  • Alle kinderen van 4-13 jaar kunnen, naast en in samenhang met het reguliere onderwijsaanbod, kosteloos gebruik maken van aanvullende educatieve en/of culturele activiteiten in de vorm van BSO na schooltijd of geïntegreerd in het dagprogramma. 
  • Passend onderwijs van 4-18 jaar wordt passende ontwikkeling van 0-18 jaar. 
  • De overheid maakt dit mogelijk door een dekkende maximale uurprijs vast te stellen die wordt uitgekeerd aan de desbetreffende organisatie/instelling. 
  • Er wordt volop ingezet op de realisatie van kindcentra in wijken en dorpen. Kindcentra waarin naast opvang en onderwijs ook ondersteuning (zorg) en ontmoeting (wijk) wordt georganiseerd. Gemeenten en maatschappelijke organisaties van opvang en onderwijs hebben de verantwoordelijkheid voor het realiseren van een educatief ontmoetingscentrum in elke wijk of dorp.  
  • Realiseer een nieuw ontwerp van organisaties rondom het kind en kindontwikkeling, waarin zorg, opvang en onderwijs geïntegreerd zorgen voor een optimaal leer- en ontwikkelklimaat. Dit ontwerp kan bestaan naast de huidige vormen van opvang en onderwijs zoals eerder betoogd door Kindcentra2020. 

 De politiek is aan zet. Langer wachten en vooruitschuiven wordt niet meer gepikt. Maar is ook onverantwoord naar de kinderen die nu elke dag behoefte hebben aan die rijke leer- en ontwikkelomgeving. Maatschappelijke organisaties en gemeenten zijn zeker in staat om deze nieuwe invulling van opvang en onderwijs, van een rijke omgeving voor alle kinderen, te organiseren. Maar geef ze die verantwoordelijkheid en passende wet- en regelgeving en bekostiging. En laat de huidige ontwikkelingen niet op zijn beloop.  

Het is niet 5-voor-12.  

Het is tijd.  

Nu.  

Om door te pakken. 

Laat het kind niet het kind van de rekening worden, maar zet kinderen en hun ontwikkeling prominent op 1. En bouw zo aan een betere samenleving. 

 

Vereniging Netwerk Kindcentra 

Jeanette de Jong 

Arnoud van Leuven 

Ad Vos 

Adrie Groot