Wat is ‘ondernemend’ in de kinderopvang?

We horen regelmatig in de kinderopvang dat deze sector ondernemend is. Wat is dat ‘ondernemend’?
Wij vroegen het aan bestuurder van de Vereniging Netwerk Kindcentra, Ad Vos.

‘Als je uit mag gaan van de definitie van Van Dale dan is dat ‘actie ondernemen’, ‘besluitvaardig zijn’. Wellicht door anderen nog aangevuld met ‘risico’s durven nemen’. Regelmatig komt dit naar voren als het gaat over de vraag of kinderopvang publiek of hybride gefinancierd moet worden. Of eigenlijk hoor je “laat kinderopvang a.u.b. niet publiek gefinancierd worden.” De argumenten die daarbij gedebiteerd worden zijn doorgaans: ondernemerschap en dus innovatie en vernieuwing verdwijnen, verschoolsing van de kinderopvang, meer controle.’

Ad geeft aan dat als het gaat over ondernemerschap en innovatie het wel belangrijk is duidelijk te hebben, wat daar dan mee bedoeld wordt? ‘We moeten niet vergeten dat kinderopvang ontstaan is als marktwerkingsinstrument. Hierbij stond het maatschappelijke en commerciële partijen vrij om producten te ontwikkelen die ouders prettig vonden, zoals flexibiliteit in contracten en opvangproducten. Daar hoort innovatie bij, sterker, dat moet om de organisatie aantrekkelijk te maken voor de ouder en ten opzichte van de concurrent. Het ging/gaat daarbij niet altijd om de inhoud, immers commerciële opvangorganisaties permitteren zich zelfs om in gebieden met niet-rendabele opvang, de locaties te sluiten. Veel inhoudelijke innovaties zijn ook niet altijd zichtbaar, of die zouden dan te zien moeten zijn bij bijvoorbeeld een sport-BSO of natuur-KDV.  Is dat dan het ondernemerschap en de innovatie, die belangrijk wordt gevonden? Wellicht en laat het dat dan zijn.’

Aan de andere kant wijst men publieke financiering af, omdat men verwacht dat het dan zal gaan zoals in het onderwijs en dan met name het primair onderwijs. Na het beluisteren van de podcast 30 van de BK met Eddy Brunekreeft geeft Ad aan dat hij niet anders dan, uitgaande van Eddy’s constateringen, het er erg mee eens zijn. ‘Het lijkt er dan op dat publieke financiering een soort van doemscenario is voor kinderopvang, op aangeven overigens van de gespreksleiders. Van harte stel ik voor dat we er een wat optimistischer beeld op gaan nahouden.’

‘Natuurlijk, ik ben het erg eens met Eddy als het gaat om het systeem funderend onderwijs, en ik ben, betreffende die sector, zeker niet de enige. We hebben de afgelopen decennia, om wellicht plausibele redenen, kinderen gepropt in dat, steeds verfijnder systeem, met alle gevolgen van dien. Onderwijs wordt gezien als een kostenpost en moet zo goedkoop mogelijk. Tegelijkertijd werd de taaklast van het systeem uitgebreid met allerhande maatschappelijke problemen, werden (genormeerde) toetsen belangrijk gemaakt, zelfs met sancties (zwakke scholen). De leerkrachten zagen het vertrouwen in hen dalen en hun werkdruk toenemen. Velen keerden en keren daarom het onderwijs de rug toe. Anderen zagen en zien geen brood in het werken in het onderwijs. Nog meer geld naar het onderwijs (NPO-gelden) en hogere salarissen maken het systeem niet anders en lossen de problemen niet op.’

Geheel tegen de wil van elke professional in het onderwijs in werd het kind, het kind van de rekening. Gelukkig komen er langzamerhand tegengeluiden, die nog meer aan kracht zouden moeten toenemen. Ad noemt bijvoorbeeld de beweging ‘Leve het onderwijs’, Karen Heij (de kat en de bel), Luc Stevens, Gert Biesta en ‘Van-binnenuit’ als ook de Vereniging Netwerk Kindcentra. Zoals Ad zegt ‘zeker, het huidige onderwijssysteem is een traditioneel en achterhaald en past onvoldoende bij de ontwikkeling van een kind of werkt zelfs contraproductief. Vertrouwen in het vakmanschap van de professional, ruimte voor spelend leren, lerend spelen en eigen ontwikkeling, rust om aandacht te geven worden node gemist. Niet het vele is goed, maar het goede is veel.’

Ad vervolgt. ‘Het lijkt mij dat doemdenken door de kinderopvang niets te maken heeft met de door hen genoemde ondernemerschap of innovatie, maar ingegeven is door andere argumentatie. Wellicht spelen het verdienmodel en verwachte inkomstenderving door lagere winsten een rol? Is het dan niet beter om de krachten te bundelen en samen te werken aan wat kinderen echt nodig hebben om zich veilig en vertrouwd te ontwikkelen? Het past daarbij niet om jezelf als kinderopvang passief achter in de schaduw van het onderwijs te (willen) zien staan, maar vanuit de eigen expertise een stralend licht voorwaarts te laten schijnen over het onderwijs. Wat vanaf 1985 niet goed ging, de verschoolsing van het kleuteronderwijs, met parallel daaraan de opheffing van de kleuteropleiding, kan nu ten volle voorkomen worden en hersteld worden. En, wellicht en zeker belangrijker, de kinderopvang kan het onderwijs nog eens wat leren. Het ondernemerschap en de inhoudelijke innovatie kunnen daarbij aansluiten bij de vele initiatieven die op dit gebied nu al in het onderwijs genomen worden.

Eddy Brunekreeft wil terecht niet alle bestuurders en leidinggevenden in het primair onderwijs over één kant scheren. Echter, we ontkomen er niet aan dat er nog veel bestuurders en leidinggevenden zijn, die (wellicht onbewust en onbedoeld) resultaten en het functioneren van de organisatie belangrijker vinden dan de ontwikkeling van (jonge) kinderen. Helaas, een ongemakkelijkheid waar diezelfde jonge kinderen behoorlijk last van hebben.’

“Is het dan niet beter om de krachten te bundelen en samen te werken aan wat kinderen echt nodig hebben om zich veilig en vertrouwd te ontwikkelen?”

Als je weet en de impact daarvan wil doorgronden, dat de eerste zes jaren van elk kind cruciaal zijn voor zijn/haar verdere leven, dan bestaat het toch niet om daar luchtig aan voorbij te gaan? Ad zegt: ‘Een kind kan die periode nooit meer over doen en als volwassenen heb je daar een zware verantwoordelijkheid voor. Dat betekent dat de systemen deze keer om kinderen heen moet worden gebouwd en niet andersom. Kinderopvang en onderwijs kunnen daarom, al lerend van elkaar, de handen ineen slaan en samen die rijke ontwikkelomgeving creëren die elke kind nodig heeft. Volgens mij hebben we het dan over ondernemerschap en innovatie pur sang. Dan zullen niet individuele personen, eigenaars, aandeelhouders, branches, organisaties er beter van worden, … maar kinderen die nog een heel leven voor zich hebben. Is dat niet mooi?’  

Samenwerken aan een nieuwe wereld
van opvang & onderwijs’🍀